Het uitstellen van insolventie
Was ist Insolvenzverschleppung?
Onder uitstel van insolventie wordt verstaan het te laat of achterwege indienen van een faillissementsaanvraag van een bedrijf, ondanks de wetenschap dat het insolvent is of overmatige schulden heeft. Dit is in Duitsland een strafbaar feit. Het management of de verantwoordelijke organen (bijv. de raad van bestuur, algemeen directeuren) zijn verplicht om zo snel mogelijk faillissement aan te vragen zodra zij op de hoogte zijn van de financiële moeilijkheden.
Gesetzliche Grundlagen & Strafbarkeit
Het grootste strafrechtelijke risico bij liquidatie of sluiting van een onderneming schuilt daarom in de schending van de faillissementsaanvraagplicht. Deze verplichting is nu duidelijk geregeld in artikel 15a van de Duitse Insolventiewet (InsO). Volgens deze wet moeten directeuren, raden van bestuur en andere gemachtigde vertegenwoordigers van ondernemingen uiterlijk drie weken na het intreden van de insolventie of overmatige schuldenlast faillissement aanvragen. Het niet nakomen hiervan kan leiden tot strafrechtelijke gevolgen, waaronder een gevangenisstraf (tot drie jaar) of een boete. Ook moet worden opgemerkt dat zelfs een niet correct geposeerd Een verzoek om inleiding kan leiden tot strafrechtelijke aansprakelijkheid.
Voor bestuurders betekent dit dat een tijdige en zorgvuldige beoordeling van de financiële situatie van de onderneming essentieel is. Er is al sprake van insolventie wanneer de onderneming niet langer aan haar openstaande verplichtingen kan voldoen. Overmatige schuldenlast ontstaat wanneer de activa de bestaande verplichtingen niet meer dekken – tenzij er een positieve prognose is voor de voortzetting van de activiteiten, d.w.z. een realistisch vooruitzicht op economisch herstel.
Vooral in economisch moeilijke tijden of wanneer betalingen dreigen te gebeuren, is het uitstellen van het indienen van een faillissementsprocedure een belangrijke criminele risicofactor. De verplichting om faillissement aan te vragen is daarom niet alleen een juridische verantwoordelijkheid, maar ook een zeer relevante zakelijke verantwoordelijkheid. Het uitstellen van het indienen van een faillissementsprocedure wordt vaak in verband gebracht met andere strafbare feiten, zoals faillissement (artikel 283 van het Duitse Wetboek van Strafrecht), bevoordeling van schuldeisers (artikel 283c van het Duitse Wetboek van Strafrecht) en fraude (artikel 263 van het Duitse Wetboek van Strafrecht). Daarom is het in kritieke situaties raadzaam om onmiddellijk juridische bijstand in te schakelen.
Wann liegt eine Insolvenzreife vor?
Wettelijk gezien is er sprake van insolventie volgens artikel 17 (2) van de Insolventiewet (InsO) indien de schuldenaar niet langer in staat is aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen. Zodra een schuldenaar niet meer betaalt, wordt van rechtswege insolventie vermoed (artikel 17 (2) zin 2).
Volgens artikel 19 (2) InsO is er sprake van overmatige schuldenlast wanneer de activa de bestaande passiva niet langer dekken, tenzij er een positieve prognose is voor de voortzetting van de activiteiten, d.w.z. een realistisch vooruitzicht op economisch herstel.
Frühwarnzeichen für eine drohende Insolvenz können sein:
a) Betalings- en liquiditeitsproblemen:
- Betalingstermijnen worden regelmatig overschreden.
- Er wordt om langere betalingstermijnen gevraagd.
- Kortingen worden minder vaak of helemaal niet gebruikt.
- Er wordt gevraagd om termijnbetalingen om de openstaande schulden te vereffenen.
- De verplichtingen aan leveranciers nemen toe, ondanks gelijke prijzen voor verkochte goederen.
- De vorderingen groeien sneller dan de omzet.
- Er komen steeds meer facturen en herinneringen binnen die niet zijn betaald.
- Leveranciers leveren uitsluitend tegen vooruitbetaling, rembours of zekerheid.
- Wissels worden gebruikt om betalingen te verrichten.
b) Ongebruikelijk zakelijk gedrag:
- Nieuwe contracten worden toegekend ondanks openstaande historische kwesties.
- Aanvaardingsverplichtingen voor arbeidsovereenkomsten lopen vertraging op.
- Zakelijke relaties (bijvoorbeeld bankgegevens) worden op korte termijn gewijzigd.
- De zakenpartner wijzigt de rechtsvorm (bijv. naar UG, Ltd.).
- Het hoofdkantoor van het bedrijf wordt verplaatst en de vestigingen worden gesloten.
- Werknemers worden ontslagen of het bedrijf wordt aanzienlijk ingekrompen.
c) Leveranciersrelatie en contractbreuken:
- De leveringsvoorwaarden worden eenzijdig gewijzigd of de contracten worden beëindigd.
- De kwaliteit van de geleverde goederen neemt af.
- Er worden geen kortingen meer verleend, terwijl dit vroeger wel gebruikelijk was.
Wer ist antragspflichtig?
Het verzoek tot opening van een insolventieprocedure in geval van insolventie of overmatige schuldenlast moet worden ingediend Volgens artikel 15a van de Duitse Insolventiewet (InsO) rust de klachtplicht op de leden van het vertegenwoordigend orgaan van rechtspersonen (bijv. besloten vennootschappen, naamloze vennootschappen, geregistreerde vennootschappen), d.w.z. de directeuren van een besloten vennootschap of de leden van de raad van bestuur van een naamloze vennootschap. In het geval van vennootschappen onder firma met beperkte aansprakelijkheid (bijv. een GmbH & Co. KG) geldt de klachtplicht ook voor de personen die zijn aangesteld om de beherend vennoot (GmbH) te vertegenwoordigen.
Zeer relevant in dit verband is de uitspraak van het Bundesgerichtshof (BGH, arrest van 27 februari 2025, 5 StR 287/24 LG Leipzig), die onderstreept dat personen die op de achtergrond leiding geven aan een onderneming, strafrechtelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld, zelfs zonder formeel tot bestuurder te zijn benoemd. Met name bij constructies die erop gericht zijn de verplichting tot het aanvragen van een faillissement te omzeilen door gebruik te maken van financieel onervaren stromannen, kan strafrechtelijke aansprakelijkheid ontstaan voor medeplichtigheid aan vertraging van de insolventie en het faillissement.
Voor ondernemers en adviseurs betekent dit dat niet alleen de formele positie, maar ook de feitelijke bedrijfsvoering cruciaal is voor de strafrechtelijke beoordeling. Het is daarom essentieel om juridische verplichtingen serieus te nemen en bij tekenen van financiële problemen direct juridisch advies in te winnen.
De verplichting tot het indienen van een aanvraag geldt dus ook voor zogenaamde feitelijke bestuurders, als ze daadwerkelijk de leiding hebben over het bedrijf. In dit opzicht is het de beslissende beslissingsbevoegdheid die telt, zelfs zonder formele benoeming.
Firmenbestattungen & Scheinunternehmen
In verband met bedrijfscrises en dreigende insolventie komt het fenomeen van zogenaamde bedrijfsbegrafenissen vaak voor. Hierbij worden financieel noodlijdende bedrijven overgedragen aan derden – vaak buitenlandse bedrijven of economisch onervaren personen. Het doel van deze maatregelen kan zijn om de wettelijke verplichting tot het aanvragen van faillissement (artikel 15a van de Duitse Insolventiewet (InsO)) te omzeilen.
Wat is een bedrijfsuitvaart?
Onder een bedrijfsbegrafenis wordt doorgaans verstaan de overdracht van een bedrijf met een overmatige schuldenlast of een insolvent bedrijf aan een derde partij, zonder dat deze laatste daadwerkelijk de intentie heeft de onderneming voort te zetten. Typische kenmerken van dergelijke transacties zijn onder andere:
- Verkoop aan buitenlandse bedrijven
- Benoeming van personen zonder ondernemerservaring.
- Ontbinding van bankrekeningen en leegmaken van rekeningen.
- Boekhoudkundige onregelmatigheden, zoals fictieve facturen of ontbrekende documentatie.
- Verplaatsing van de bedrijfslocatie of volledige stopzetting van de onderneming.
De rol van lege vennootschappen
In deze context worden lege vennootschappen bewust gebruikt om zakelijke transacties te simuleren. Hoewel ze formeel bestaan, bezitten ze geen substantieel vermogen of operationele bedrijfsactiviteiten. In het kader van bedrijfsbeëindigingen kunnen ze bijvoorbeeld worden gebruikt om facturen uit te schrijven zonder daadwerkelijk diensten te verlenen, om activa te verduisteren of om de vervolging van schuldeisers te belemmeren.
Indicaties voor een nepbedrijf:
- Geen eigen personeel, geen bedrijfspand
- Onbereikbaarheid van de verantwoordelijken
- Herhaalde wisselingen van hoofdkantoor en management
- Geen waarneembare economische activiteit
Verband met het uitstellen van insolventie
Als een onderneming niet tijdig failliet wordt verklaard, ondanks het bestaan van een reden voor faillissement, Uitstel van insolventie (artikel 15a InsO) In deze context kunnen bedrijfsbegrafenissen en nepbedrijven worden beschouwd als een manier om de verplichting tot het aanvragen van faillissement te omzeilen, wat aanzienlijke strafrechtelijke gevolgen kan hebben. Getroffenen doen er goed aan om zo snel mogelijk deskundig juridisch advies in te winnen.
Vermeidung von Insolvenzverschleppung
Heeft u een vraag die onbeantwoord blijft? Deze tekst is niet uitputtend en is slechts bedoeld als startpunt; het is geen vervanging voor persoonlijk advies van een advocaat. Raadpleeg in een vroeg stadium een advocaat die gespecialiseerd is in vertraagde insolventieprocedures om uw verdedigings- en rechtsbeschermingsmogelijkheden optimaal te kunnen afstemmen. Neem contact met ons op voor een gratis eerste consult en ontdek hoe wij uw rechten effectief kunnen verdedigen.
Veelgestelde vragen
Was ist Insolvenzverschleppung?
Insolvenzverschleppung bezeichnet die verspätete oder unterlassene Meldung der Insolvenz eines Unternehmens bei Kenntnis von Zahlungsunfähigkeit oder Überschuldung, was in Deutschland strafbar ist.
Wann muss ein Insolvenzantrag gestellt werden?
Ein Insolvenzantrag muss ohne schuldhaftes Zögern spätestens 3 Wochen nach Eintritt der Zahlungsunfähigkeit gestellt werden. Bei Überschuldung beträgt die Frist 6 Wochen.
Wer ist verpflichtet, den Antrag zu stellen?
Der Antrag muss von den Mitgliedern des Vertretungsorgans juristischer Personen gestellt werden. Bei Personengesellschaften mit haftungsbeschränkten Gesellschaftern (z. B. GmbH & Co. KG) trifft die Pflicht die zur Vertretung berufenen Personen der Komplementär-GmbH. Die Antragspflicht obliegt auch faktischen Geschäftsführern.
Welche Rechtsgrundlage gilt für Insolvenzverschleppung?
Die Antragspflicht und auch die Strafandrohung für den Fall, dass ein Antrag nicht gestellt wird, ist in § 15a der deutschen Insolvenzordnung (InsO) geregelt.
Welche Strafen drohen bei Insolvenzverschleppung?
Das Strafmaß bei Insolvenzverschleppung ist Geldstrafe oder eine Freiheitsstrafe bis zu 3 Jahren.
Kann man persönlich haftbar gemacht werden?
Ja, (faktische) Geschäftsführer können auch persönlich haftbar gemacht werden.
Gibt es strafrechtliche Nebenfolgen bei der Insolvenzverschleppung?
Ja, unter bestimmten Voraussetzungen kann eine Verurteilung u. a. zu einem Berufsverbot führen.
Was ist der Unterschied zwischen Zahlungsunfähigkeit und Überschuldung?
Eine Zahlungsunfähigkeit liegt vor, wenn das Unternehmen nicht mehr in der Lage ist, seine fälligen Verbindlichkeiten zu begleichen. Die Überschuldung ist gegeben, wenn das Vermögen die bestehenden Verbindlichkeiten nicht mehr deckt – es sei denn, es besteht eine positive Fortführungsprognose, also realistische Aussicht auf wirtschaftliche Erholung.
Wie kann man rechtzeitig eine drohende Insolvenz erkennen?
Typische Anhaltspunkte sind beispielsweise regelmäße Zahlungsausfälle, anhaltende Liquiditätsengpässe und steigende Verbindlichkeiten ohne Gegenfinanzierung.
Was sind die Folgen für das Unternehmen, wenn der Antrag zu spät gestellt wird?
Neben den strafrechtlichen Konsequenzen kann es zu Schadensersatzforderungen von Gläubigern kommen.
